← Alle uitlegpagina’s

Woordanalogieën

Een analogie vraagt niet welk woord bij een ander woord past, maar welke relatie tussen twee woorden bestaat. Wie de relatie eerst in één zin benoemt, en pas dan naar de opties kijkt, laat zich niet vangen door woorden die alleen maar op elkaar lijken.

Laatst bijgewerkt:

De zes relatiegroepen

  1. Betekenis: synoniem of tegengestelde.
  2. Categorie: soort en voorbeeld, in beide richtingen.
  3. Deel en geheel, in beide richtingen.
  4. Functie: werktuig en gebruik, materiaal en voorwerp.
  5. Oorzaak en gevolg, en gradatie: zwak naar sterk.
  6. Handeling: wie doet wat, en wat komt na wat.

Deel en geheel

kraag : hemd = kern : ?

Antwoordappel

Benoem eerst de relatie tussen de twee woorden van het voorbeeld. Een kraag is een onderdeel van een hemd.

Pas dezelfde relatie toe op “kern”: het gezochte woord is appel.

Oorzaak en gevolg

gas : versnelling = slag : ?

Antwoordblauwe plek

Benoem eerst de relatie tussen de twee woorden van het voorbeeld. Gas veroorzaakt versnelling.

Pas dezelfde relatie toe op “slag”: het gezochte woord is blauwe plek.

Kies het paar: wie doet wat

monteur : herstellen = ? : ?

Antwoordpiloot : vliegen

Benoem eerst de relatie tussen de twee woorden van het voorbeeld. Wat een monteur doet, is herstellen.

Zoek het paar met precies dezelfde relatie, in dezelfde richting: dat is piloot : vliegen.

De richting telt

Wiel staat tot fiets als deel tot geheel. Een optie met dezelfde relatie in omgekeerde richting, geheel tot deel, is fout. Zeg de relatie daarom altijd met de woorden in volgorde: het eerste is een deel van het tweede. Foute opties bevatten bijna altijd één omgekeerd paar en één paar uit dezelfde categorie zonder de relatie.

Veelgestelde vragen

Wat als ik een woord niet ken?
Benoem de relatie op basis van de woorden die je wel kent en sluit de opties uit waarvan je zeker bent dat ze niet passen. Meestal blijft er dan één over. De woorden komen uit alledaags taalgebruik; formele woorden komen alleen in de moeilijkste vragen voor.
Waarin verschilt een vraag met een ontbrekend woord van een vraag met een ontbrekend paar?
Bij een ontbrekend woord pas je de relatie toe op het derde woord. Bij een ontbrekend paar zoek je in de opties het paar met precies dezelfde relatie in dezelfde richting; de woorden zelf hebben niets met de vraag te maken.
Hoe vermijd ik de afleider uit dezelfde categorie?
Door de relatie te toetsen, niet de associatie. Hamer en spijker horen bij elkaar, maar de relatie werktuig-gebruik vraagt om hamer en slaan. Vraag bij elke optie: geldt mijn zin over de relatie ook hier?

Zelf oefenen

Deze uitleg bevat geen oefenvragen. Sets van tien vragen per vraagtype, met dezelfde uitleg bij elk antwoord, vind je in het oefengedeelte.

Overzicht van deze testcategorie

Treinbestuurderselectie is een onafhankelijk oefenplatform en is niet verbonden met, erkend door of geaffilieerd met de Belgische spoorwegen of Selor. Alle oefeningen zijn zelf ontwikkeld en bootsen enkel het formaat van de selectieproeven na. Echte examenvragen reproduceren we nergens. Oefenen op Treinbestuurderselectie geeft geen garantie op slagen.

Woordanalogieën: benoem de relatie voor je kijkt · Treinbestuurderselectie