Oriëntatie en spiegelbeeld
De moeilijkste kubusvragen tonen opties waarin alle vlakken op de juiste plaats staan. Het verschil zit in hoe een symbool gedraaid is, of in de volgorde waarin drie vlakken rond een hoek liggen. Een spiegelbeeld van een kubus bestaat niet: het is een andere kubus.
Laatst bijgewerkt:
De volgorde rond een hoek
Kies in het kubusbeeld de hoek waar de drie zichtbare vlakken samenkomen en lees ze met de klok mee. In het net vind je dezelfde drie vlakken rond één hoekpunt terug. Is de volgorde daar tegen de klok in, dan is het beeld een spiegelbeeld en dus fout, ook al klopt elk vlak afzonderlijk.
Van kubus naar net
Vouw het patroon in gedachten en zoek eerst de overstaande vlakken: de cirkel tegenover de ruit, de pijl tegenover het vierkant, de driehoek tegenover de stip. Twee overstaande vlakken zie je nooit samen op een kubus.
Op de kubus zie je drie vlakken die elkaar in één hoekpunt raken: boven de driehoek, vooraan de pijl en rechts de cirkel.
De juiste drie tekens op de juiste vlakken is niet genoeg. Volg per teken de richting waarin het op het patroon staat; na het vouwen bepaalt die richting hoe het teken op de kubus gedraaid staat.
Alleen dit patroon brengt de drie zichtbare tekens naast elkaar, in deze draaiing, met de overstaande vlakken op de juiste plaats.
Symbolen met een richting
Een cirkel ziet er na een draaiing hetzelfde uit; een pijl, een vlag of een L niet. Bij het vouwen draait elk vlak mee met zijn buur. Volg één symbool met richting van het net naar het beeld: wijst het in het beeld een kwartslag anders dan het vouwen oplevert, dan is de optie fout. De uitleg wijst het vlak aan waar het misloopt.
Een 2-2-2-net van net naar kubus
Vouw het patroon in gedachten en zoek eerst de overstaande vlakken: de L tegenover het huisje, de pijl tegenover de Z, de stip tegenover het vakje met de stip uit het midden. Twee overstaande vlakken zie je nooit samen op een kubus.
Op de kubus zie je drie vlakken die elkaar in één hoekpunt raken: boven het vakje met de stip uit het midden, vooraan de L en rechts de pijl.
De juiste drie tekens op de juiste vlakken is niet genoeg. Volg per teken de richting waarin het op het patroon staat; na het vouwen bepaalt die richting hoe het teken op de kubus gedraaid staat. het vakje met de stip uit het midden en de L hebben ook een spiegelbeeld dat je nooit door draaien krijgt.
Alleen deze kubus toont drie aangrenzende vlakken met elk teken in de richting die uit het vouwen volgt.
Een 2-2-2-net van kubus naar net
Vouw het patroon in gedachten en zoek eerst de overstaande vlakken: de ster tegenover het vakje met de stip uit het midden, de L tegenover de vlag, de ruit tegenover de driehoek. Twee overstaande vlakken zie je nooit samen op een kubus.
Op de kubus zie je drie vlakken die elkaar in één hoekpunt raken: boven het vakje met de stip uit het midden, vooraan de vlag en rechts de driehoek.
De juiste drie tekens op de juiste vlakken is niet genoeg. Volg per teken de richting waarin het op het patroon staat; na het vouwen bepaalt die richting hoe het teken op de kubus gedraaid staat. het vakje met de stip uit het midden en de vlag hebben ook een spiegelbeeld dat je nooit door draaien krijgt.
Alleen dit patroon brengt de drie zichtbare tekens naast elkaar, in deze draaiing, met de overstaande vlakken op de juiste plaats.
Waarom de foute opties er zo goed uitzien
Elke foute optie is met opzet bijna juist: een spiegelbeeld, een symbool dat een kwartslag te ver gedraaid is, twee vlakken die van plaats wisselden, of twee overstaande vlakken die naast elkaar staan. De oefenvragen zijn zo gebouwd dat elke foute optie aantoonbaar onmogelijk is over alle vierentwintig standen van de kubus.
Veelgestelde vragen
- Wat is het snelste onderscheid tussen een kubus en zijn spiegelbeeld?
- De volgorde van drie vlakken rond een hoek. Lees ze met de klok mee in het beeld en in het net. Verschilt de richting, dan is het een spiegelbeeld. Dit kost tien seconden en vervangt het volledige vouwen.
- Welke symbolen verraden een draaiing?
- Alles wat niet rond of vierkant is: pijlen, vlaggen, L-vormen en een punt die uit het midden staat. Kies in elke vraag het symbool met de duidelijkste richting en volg alleen dat.
- Verschilt de werkwijze van kubus naar net?
- Nee, alleen de richting. Je leest de drie zichtbare vlakken rond een hoek en zoekt het net waarin diezelfde drie vlakken rond één hoekpunt liggen, in dezelfde volgorde en met dezelfde draaiing van de symbolen.
Zelf oefenen
Deze uitleg bevat geen oefenvragen. Sets van tien vragen per vraagtype, met dezelfde uitleg bij elk antwoord, vind je in het oefengedeelte.
Treinbestuurderselectie is een onafhankelijk oefenplatform en is niet verbonden met, erkend door of geaffilieerd met de Belgische spoorwegen of Selor. Alle oefeningen zijn zelf ontwikkeld en bootsen enkel het formaat van de selectieproeven na. Echte examenvragen reproduceren we nergens. Oefenen op Treinbestuurderselectie geeft geen garantie op slagen.