← Alle uitlegpagina’s

De elf netten en de overstaande vlakken

Er bestaan precies elf manieren om zes vierkanten zo aan elkaar te leggen dat ze tot een kubus vouwen. Je hoeft ze niet uit het hoofd te kennen, maar je moet in elk net snel kunnen zeggen welke twee vlakken tegenover elkaar komen. Die regel alleen al schrapt de meeste foute opties.

Laatst bijgewerkt:

De regel van de overstaande vlakken

In een rechte strook van het net liggen vlakken die één vlak van elkaar verwijderd zijn tegenover elkaar: het eerste en het derde, het tweede en het vierde. Twee vlakken die elkaar in het net raken, zijn in de kubus altijd buren en nooit overstaand. Op een kubusbeeld zie je maximaal drie vlakken, en die drie zijn nooit twee aan twee overstaand.

Toon een optie twee vlakken naast elkaar die in het net overstaand zijn, dan is die optie fout, zonder dat je iets hoeft te vouwen. Dat is de eerste controle bij elke kubusvraag.

Het kruisnet (1-4-1)

Antwoord

Vouw het patroon in gedachten en zoek eerst de overstaande vlakken: de stip tegenover het vierkant, de cirkel tegenover de dubbele cirkel, het plusteken tegenover de ruit. Twee overstaande vlakken zie je nooit samen op een kubus.

Op de kubus zie je drie vlakken die elkaar in één hoekpunt raken: boven de cirkel, vooraan de stip en rechts het plusteken.

Alleen deze kubus toont drie aangrenzende vlakken met elk teken in de richting die uit het vouwen volgt.

Een 3-3-net: twee rijen van drie

Antwoord

Vouw het patroon in gedachten en zoek eerst de overstaande vlakken: het vakje met de stip uit het midden tegenover de cirkel, de vlag tegenover het plusteken, de haak tegenover de dubbele cirkel. Twee overstaande vlakken zie je nooit samen op een kubus.

Op de kubus zie je drie vlakken die elkaar in één hoekpunt raken: boven de vlag, vooraan het vakje met de stip uit het midden en rechts de haak.

De juiste drie tekens op de juiste vlakken is niet genoeg. Volg per teken de richting waarin het op het patroon staat; na het vouwen bepaalt die richting hoe het teken op de kubus gedraaid staat. de vlag en het vakje met de stip uit het midden en de haak hebben ook een spiegelbeeld dat je nooit door draaien krijgt.

Alleen deze kubus toont drie aangrenzende vlakken met elk teken in de richting die uit het vouwen volgt.

Een 2-3-1-net

Antwoord

Vouw het patroon in gedachten en zoek eerst de overstaande vlakken: de haak tegenover het huisje, het vakje met de stip uit het midden tegenover de vlag, het vierkant tegenover de stip. Twee overstaande vlakken zie je nooit samen op een kubus.

Op de kubus zie je drie vlakken die elkaar in één hoekpunt raken: boven het huisje, vooraan de stip en rechts het vakje met de stip uit het midden.

De juiste drie tekens op de juiste vlakken is niet genoeg. Volg per teken de richting waarin het op het patroon staat; na het vouwen bepaalt die richting hoe het teken op de kubus gedraaid staat. het vakje met de stip uit het midden heeft ook een spiegelbeeld dat je nooit door draaien krijgt.

Alleen deze kubus toont drie aangrenzende vlakken met elk teken in de richting die uit het vouwen volgt.

De families van netten

De elf netten vallen in vier families, genoemd naar de lengte van hun stroken: zes netten van het type 1-4-1, drie van het type 2-3-1, één 2-2-2 en één 3-3. De kruisvorm is het bekendste 1-4-1-net. In de moeilijkere vragen komen de andere families vaker voor, omdat de overstaande vlakken er minder in het oog springen.

Veelgestelde vragen

Hoe vind ik de overstaande vlakken in een net zonder rechte strook van vier?
Zoek stroken van drie: het eerste en het derde vlak zijn overstaand. Een vlak dat aan een strook hangt, staat tegenover het vlak dat aan de andere kant van dezelfde strook hangt, één plaats verder.
Volstaat de regel van de overstaande vlakken om het antwoord te vinden?
Meestal om de opties tot twee te herleiden, niet om te beslissen. De laatste twee opties verschillen vaak alleen in de draaiing of spiegeling van een symbool. Daarvoor is de pagina over oriëntatie en spiegelbeeld bedoeld.
Moet ik de kubus in gedachten vouwen?
Alleen het laatste stukje. Kies één vlak als bodem, leg de vier buren er in gedachten omheen en het overstaande vlak als deksel. Wie eerst met de regel van de overstaande vlakken opruimt, hoeft maar één kubus te vouwen in plaats van vijf.

Zelf oefenen

Deze uitleg bevat geen oefenvragen. Sets van tien vragen per vraagtype, met dezelfde uitleg bij elk antwoord, vind je in het oefengedeelte.

Overzicht van deze testcategorie

Treinbestuurderselectie is een onafhankelijk oefenplatform en is niet verbonden met, erkend door of geaffilieerd met de Belgische spoorwegen of Selor. Alle oefeningen zijn zelf ontwikkeld en bootsen enkel het formaat van de selectieproeven na. Echte examenvragen reproduceren we nergens. Oefenen op Treinbestuurderselectie geeft geen garantie op slagen.

Kubussen vouwen: de elf netten en de regel van de overstaande vlakken · Treinbestuurderselectie