← Alle uitlegpagina’s

Twee reeksen in één

Een reeks die op en neer springt, verbergt meestal twee eenvoudige regels. Ofwel wisselen twee bewerkingen elkaar af op één spoor, ofwel lopen twee onafhankelijke sporen door elkaar. De overslaan-test maakt binnen enkele seconden het onderscheid.

Laatst bijgewerkt:

De overslaan-test

Lees de termen op de oneven plaatsen als een reeks en de termen op de even plaatsen als een tweede reeks. Vormen beide een nette ladder met een eigen regel, dan zijn het twee sporen. Vormen ze geen ladder, maar wisselt de bewerking tussen buren regelmatig af, dan is het één afwisselende regel.

Afwisselende regel

Bij een afwisselende regel gebruik je twee bewerkingen om de beurt: plus vijf, min twee, plus vijf, min twee. De ladder toont het patroon van de verschillen; de ontbrekende term vraagt de bewerking die aan de beurt is, niet de laatst gebruikte.

Uitgewerkt voorbeeld 1

32
18
28
14
24
?
Antwoord10

Twee bewerkingen wisselen elkaar af. Op de oneven stappen tel je er telkens −14 bij. Op de even stappen tel je er telkens +10 bij.

321828142410−14+10−14+10−14

Voor het gevraagde getal is de eerste bewerking aan de beurt: 24 −14 = 10.

Twee verweven sporen

Bij twee sporen heeft elk spoor zijn eigen regel en zijn eigen ladder. Je bepaalt eerst tot welk spoor de ontbrekende plaats hoort en werkt alleen dat spoor uit. Het andere spoor is afleiding. De uitleg toont daarom de ladder van het juiste spoor, met de tussenliggende termen overgeslagen.

Uitgewerkt voorbeeld 2

39
2
46
4
53
8
?
Antwoord60

Twee losse reeksen lopen door elkaar, dus de boogjes slaan telkens een positie over. De reeks op de oneven posities verandert telkens met +7. De reeks op de even posities gaat telkens ×2.

39246453860+7×2+7×2+7

Het gevraagde getal hoort bij de reeks op de oneven posities. Je vertrekt dus niet van het laatste getal maar van 53, twee plaatsen terug: 53 +7 = 60.

Uitgewerkt voorbeeld 3

31
54
43
61
50
63
?
Antwoord52

Twee bewerkingen wisselen elkaar af. Op de oneven stappen tel je er eerst +23 bij; die stap groeit telkens met −5. Op de even stappen tel je er telkens −11 bij.

31544361506352+23−11+18−11+13−11−5−5

Voor het gevraagde getal is de tweede bewerking aan de beurt: 63 −11 = 52.

Veelgestelde vragen

Hoe weet ik bij welk spoor het gat hoort?
Tel de plaats van het gat: oneven plaatsen horen bij het eerste spoor, even plaatsen bij het tweede. Bij zeven termen met het gat op plaats zeven werk je dus met de termen op plaats één, drie en vijf.
Kan een spoor zelf vermenigvuldigen?
Ja. Elk spoor kan elke eenvoudige regel volgen: een vast verschil, een groeiende stap of een vaste factor. Je past de scanmethode gewoon toe op het spoor alsof het een reeks op zich is.
Welke foute optie is hier het gevaarlijkst?
De term die bij het verkeerde spoor hoort. Ze past perfect in de andere ladder en ziet er daardoor overtuigend uit. Controleer altijd de plaats van het gat voor je een antwoord kiest.

Zelf oefenen

Deze uitleg bevat geen oefenvragen. Sets van tien vragen per vraagtype, met dezelfde uitleg bij elk antwoord, vind je in het oefengedeelte.

Overzicht van deze testcategorie

Treinbestuurderselectie is een onafhankelijk oefenplatform en is niet verbonden met, erkend door of geaffilieerd met de Belgische spoorwegen of Selor. Alle oefeningen zijn zelf ontwikkeld en bootsen enkel het formaat van de selectieproeven na. Echte examenvragen reproduceren we nergens. Oefenen op Treinbestuurderselectie geeft geen garantie op slagen.

Twee reeksen in één: afwisselend of verweven · Treinbestuurderselectie